Rijden in tunnels

Nederland telt tientallen tunnels voor het wegverkeer. Rijden in een tunnel brengt specifieke risico's met zich mee. Het is belangrijk dat je weet hoe je je moet gedragen in een tunnel en wat je moet doen bij een calamiteit.
Regels voor het rijden in een tunnel
Verlichting
Bij het naderen van een tunnel moet je je dimlicht inschakelen. Dit is verplicht, ook als de tunnel goed verlicht is. Het dimlicht zorgt ervoor dat je beter zichtbaar bent voor andere weggebruikers.
Let op: Gebruik in een tunnel nooit je grootlicht. Dit verblindt tegenliggers en het licht kaatst terug van de tunnelwanden.
Snelheid en afstand
- Houd je aan de aangegeven maximumsnelheid in de tunnel
- Houd voldoende volgafstand (minimaal 2 seconden)
- Rij niet langzamer dan noodzakelijk
- Inhalen is in de meeste tunnels verboden (doorgetrokken strepen)
Verboden in een tunnel
In een tunnel is het verboden om:
- Te keren of achteruit te rijden
- Te stoppen (tenzij noodgeval of file)
- Gevaarlijke stoffen te vervoeren (afhankelijk van de tunnel)
- Met een lekke band door te rijden
Pech in een tunnel
Krijg je pech in een tunnel, dan moet je het volgende doen:
- Probeer de tunnel zo mogelijk nog uit te rijden
- Lukt dat niet? Zet je voertuig zo ver mogelijk rechts aan de kant
- Zet je alarmlichten aan
- Zet de motor uit
- Laat de sleutel in het contact zitten (zodat hulpdiensten je auto kunnen verplaatsen)
- Ga naar de dichtstbijzijnde SOS-telefoon of vluchthaven
- Bel 112 of gebruik de intercom in de vluchthaven
Belangrijk: Laat je voertuig niet op slot achter. Hulpdiensten moeten het voertuig snel kunnen verplaatsen als dat nodig is.
Lees de volledige les
- Alle 32 theorie-lessen
- Realistische oefenexamens
- Slimme flashcards
- Voortgang bijhouden
Al een account? Inloggen