Theoriq
🏥 Eerste hulp en veiligheid

Procedure bij een verkeersongeval

Les 1 van 37 min leestijd
Verkeersongeval

Als je betrokken raakt bij een verkeersongeval of als eerste ter plaatse bent, is het belangrijk dat je weet wat je moet doen. Een correcte procedure kan levens redden. In dit hoofdstuk leer je de juiste stappen bij een verkeersongeval, zodat je in een stressvolle situatie kalm en effectief kunt handelen.

Verkeersongeval — veilig de situatie beoordelenVerkeersongeval — veilig de situatie beoordelen

De drie basisstappen zijn altijd: veilig stellen, 112 bellen en hulp verlenen. Door deze volgorde aan te houden, voorkom je dat de situatie verergert en zorg je dat professionele hulp zo snel mogelijk onderweg is.

Stap 1: Veilig stellen van de ongevalsplek

De eerste prioriteit is het voorkomen van vervolgongevallen. Elk jaar vallen er in Nederland slachtoffers doordat zij bij een ongevalsplek worden aangereden door ander verkeer. Het veilig stellen is daarom minstens zo belangrijk als het hulp verlenen zelf.

Dit doe je als volgt:

  1. Zet je voertuig op een veilige plek, voor het ongeval (zodat je koplampen de plek verlichten in het donker)
  2. Zet je alarmlichten aan
  3. Trek je veiligheidshesje aan (verplicht aanwezig in de auto in veel EU-landen)
  4. Plaats een gevarendriehoek op minimaal 30 meter afstand (op de snelweg minimaal 100 meter)
  5. Zorg dat andere weggebruikers worden gewaarschuwd

Voorbeeld: Je rijdt op een provinciale weg en ziet net voor je een aanrijding gebeuren. Wat doe je eerst? Je zet je auto op een veilige plek VOOR het ongeval, zodat je koplampen de plek verlichten. Je zet je alarmlichten aan en trekt als het kan een veiligheidshesje aan. Vervolgens plaats je een gevarendriehoek op minimaal 30 meter achter het ongeval, zodat achteropkomend verkeer wordt gewaarschuwd.

Op de snelweg

Bij een ongeval op de snelweg is de situatie extra gevaarlijk vanwege de hoge snelheden. Auto's rijden hier 100 tot 130 km/u — dat is meer dan 30 meter per seconde.

  • Stap uit via de zijde die het verst van het verkeer af ligt (meestal rechts)
  • Sta achter de vangrail en blijf daar
  • Loop nooit over de rijbaan als dat niet strikt noodzakelijk is
  • Plaats de gevarendriehoek op minimaal 100 meter achter het ongeval
  • Draag altijd je veiligheidshesje — in het donker ben je zonder hesje vrijwel onzichtbaar

Voorbeeld: Je raakt betrokken bij een kop-staartbotsing op de A2. Je zet eerst je alarmlichten aan, stap uit via de rechterkant, gaat achter de vangrail staan en loopt dan 100 meter terug om de gevarendriehoek te plaatsen. Je loopt daarbij altijd achter de vangrail.

's Nachts en bij slecht zicht

Bij duisternis, mist of regen is een ongevalsplek extra moeilijk te zien voor naderend verkeer. Zet je groot licht aan om de plek te verlichten. Gebruik indien mogelijk meerdere voertuigen met alarmlichten om een buffer te creëren.

Stap 2: 112 bellen

Bel altijd 112 bij een ernstig ongevalBel altijd 112 bij een ernstig ongeval

Bel altijd 112 bij een ernstig ongeval. Het alarmnummer is in heel Europa hetzelfde en is gratis te bellen, zelfs zonder tegoed of simkaart. Bij het bellen geef je de volgende informatie door:

  • Wie belt er (je naam)
  • Wat is er gebeurd (type ongeval: frontale botsing, eenzijdig ongeval, etc.)
  • Waar is het gebeurd (locatie, hectometerpaaltje op snelwegen)
  • Hoeveel slachtoffers zijn er
  • Welke verwondingen zijn er (voor zover zichtbaar)
  • Welke hulpdiensten zijn er nodig (ambulance, brandweer, politie)

Hang niet zelf op — de meldkamer beëindigt het gesprek wanneer alle informatie is doorgegeven. De centralist kan je ook instructies geven voor eerste hulp terwijl je wacht.

Voorbeeld: Je belt 112. De centralist vraagt: "Wat is je locatie?" Op de snelweg kijk je naar het hectometerpaaltje — daar staat "A28 R 54.3". Geef dit door voor een exacte locatie. De centralist weet dan precies waar je bent en in welke richting je rijdt.

Hectometerpaaltjes

Op snelwegen en provinciale wegen staan hectometerpaaltjes. Deze kleine bordjes staan elke 100 meter en vermelden het wegnummer en de kilometeraanduiding (met één decimaal). Ze zijn essentieel voor het doorgeven van je exacte locatie.

  • De letter R of L geeft de rijrichting aan (rechts/links van de weg)
  • Op een hectometerpaaltje staat bijvoorbeeld: A28 R 54.3 — dit betekent de A28, rechterrijbaan, kilometermarkering 54,3
  • Als je geen hectometerpaaltje kunt vinden, beschrijf dan herkenbare objecten zoals viaducten, bruggen of afritborden

Wanneer bel je 112?

  • Bij letsel of vermoeden van letsel
  • Als iemand bekneld zit
  • Bij brand of gevaar voor brand (bijv. lekkende brandstof)
  • Bij een blokkade van de weg waardoor gevaarlijke situaties ontstaan
  • Als er gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen

Bij een kleine aanrijding zonder letsel is het bellen van 112 niet nodig, maar bel dan wel de politie (0900-8844) als je er niet uitkomt met de andere partij.

Lees de volledige les

  • Alle 32 theorie-lessen
  • Realistische oefenexamens
  • Slimme flashcards
  • Voortgang bijhouden
Gratis account aanmaken

Al een account? Inloggen