Verlichting

Het correct gebruiken van verlichting is essentieel voor de verkeersveiligheid. Je moet niet alleen goed zien, maar ook goed gezien worden. Op het CBR-examen worden regelmatig vragen gesteld over wanneer je welk licht moet gebruiken.
Soorten verlichting
Een personenauto beschikt over de volgende verlichting:
| Lichtsoort | Positie | Gebruik |
|---|---|---|
| Stadslicht (breedtelicht) | Voor en achter | Schemering, zichtbaarheid |
| Dimlicht | Voorzijde | Donker, slecht zicht |
| Groot licht | Voorzijde | Donker, buiten bebouwde kom |
| Mistlicht voor | Voorzijde | Mist, sneeuw, regen |
| Mistlicht achter | Achterzijde | Zicht < 50 meter |
| Richtingaanwijzers | Alle hoeken | Richting aangeven |
| Remlichten | Achterzijde | Bij remmen (automatisch) |
| Achteruitrijlicht | Achterzijde | Bij achteruitrijden (automatisch) |
| Alarmlichten | Alle hoeken | Noodgeval, waarschuwing |
Wanneer welk licht?
Dimlicht
Dimlicht is verplicht in de volgende situaties:
- Bij duisternis (na zonsondergang, voor zonsopgang)
- Overdag bij slecht zicht (regen, mist, sneeuw)
- In tunnels (altijd, ongeacht de verlichting in de tunnel)
- Bij daglichtrijden als je auto geen dagrijlichten heeft
Dagrijlichten: moderne auto's hebben dagrijlichten die automatisch aan zijn. Deze vervangen het dimlicht bij daglicht en goed zicht, maar zijn niet voldoende bij duisternis of slecht zicht.
Let op: dagrijlichten verlichten alleen de voorzijde. Achterlichten gaan niet automatisch aan. Bij duisternis of slecht zicht moet je altijd overschakelen naar dimlicht.
Groot licht
Groot licht mag je gebruiken:
- Bij duisternis buiten de bebouwde kom
- Alleen als je niemand verblindt (tegemoetkomend verkeer, voorliggers)
Groot licht is verboden:
- Binnen de bebouwde kom (straatverlichting is voldoende)
- Als je een tegenligger tegemoet komt (overschakelen naar dimlicht)
- Als je vlak achter een andere auto rijdt (verblinding via spiegels)
Stadslicht
Stadslicht alleen is niet voldoende om mee te rijden. Het mag alleen worden gebruikt als aanvulling of als je stilstaat. Binnen de bebouwde kom mag je bij stilstaan wel stadslicht voeren in plaats van dimlicht.
Mistlicht
Mistlicht voor mag je alleen gebruiken bij:
- Mist
- Sneeuwval
- Hevige regen
- Het mag samen met dimlicht, maar niet als vervanging van dimlicht
Mistlicht achter mag je alleen gebruiken als het zicht minder is dan 50 meter. Het achtermistlicht is zeer fel en mag niet onnodig worden gebruikt, want het verblindt achterliggers.
Vuistregel 50 meter: als je de achterlichten van je voorligger niet meer kunt zien, is het zicht minder dan 50 meter en mag je het achtermistlicht aanzetten.
Lees de volledige les
- Alle 32 theorie-lessen
- Realistische oefenexamens
- Slimme flashcards
- Voortgang bijhouden
Al een account? Inloggen