Theoriq
πŸ“‹ Verkeersregels

Verlichting

Les 3 van 35 min leestijd
Autoverlichting

Het correct gebruiken van verlichting is essentieel voor de verkeersveiligheid. Je moet niet alleen goed zien, maar ook goed gezien worden. Op het CBR-examen worden regelmatig vragen gesteld over wanneer je welk licht moet gebruiken.

Verlichting β€” goed zien en gezien wordenVerlichting β€” goed zien en gezien worden

Soorten verlichting

Een personenauto beschikt over de volgende verlichting:

LichtsoortPositieGebruik
Stadslicht (breedtelicht)Voor en achterSchemering, zichtbaarheid
DimlichtVoorzijdeDonker, slecht zicht
Groot lichtVoorzijdeDonker, buiten bebouwde kom
Mistlicht voorVoorzijdeMist, sneeuw, regen
Mistlicht achterAchterzijdeZicht < 50 meter
RichtingaanwijzersAlle hoekenRichting aangeven
RemlichtenAchterzijdeBij remmen (automatisch)
AchteruitrijlichtAchterzijdeBij achteruitrijden (automatisch)
AlarmlichtenAlle hoekenNoodgeval, waarschuwing

Wanneer welk licht?

Dimlicht

Dimlicht is verplicht in de volgende situaties:

  • Bij duisternis (na zonsondergang, voor zonsopgang)
  • Overdag bij slecht zicht (regen, mist, sneeuw)
  • In tunnels (altijd, ongeacht de verlichting in de tunnel)
  • Bij daglichtrijden als je auto geen dagrijlichten heeft

Voorbeeld: Je rijdt een goed verlichte tunnel in op een zonnige dag. Moet je je verlichting aanzetten? Ja β€” in een tunnel is dimlicht altijd verplicht, ongeacht de verlichting in de tunnel. Zet je dimlicht aan vΓ³Γ³rdat je de tunnel inrijdt.

Dagrijlichten: moderne auto's hebben dagrijlichten die automatisch aan zijn. Deze vervangen het dimlicht bij daglicht en goed zicht, maar zijn niet voldoende bij duisternis of slecht zicht.

Let op: dagrijlichten verlichten alleen de voorzijde. Achterlichten gaan niet automatisch aan. Bij duisternis of slecht zicht moet je altijd overschakelen naar dimlicht.

Voorbeeld: Je rijdt in de schemering. Je auto heeft dagrijlichten. Is dat voldoende? Nee β€” dagrijlichten verlichten alleen de voorkant. Je achterlichten branden niet. Schakel over naar dimlicht zodat je ook van achteren goed zichtbaar bent.

Groot licht

Groot licht mag je gebruiken:

  • Bij duisternis buiten de bebouwde kom
  • Alleen als je niemand verblindt (tegemoetkomend verkeer, voorliggers)

Groot licht is verboden:

  • Binnen de bebouwde kom (straatverlichting is voldoende)
  • Als je een tegenligger tegemoet komt (overschakelen naar dimlicht)
  • Als je vlak achter een andere auto rijdt (verblinding via spiegels)

Voorbeeld: Je rijdt 's avonds op een donkere provinciale weg met groot licht. In de verte zie je koplampen van een tegenligger. Wat doe je? Je schakelt ruim op tijd over naar dimlicht om de tegenligger niet te verblinden. Na het passeren mag je weer groot licht aan.

Voorbeeld: Je rijdt op de snelweg 's nachts vlak achter een andere auto. Mag je groot licht aan hebben? Nee β€” de voorligger wordt via de spiegels verblind. Gebruik dimlicht als je dicht achter een andere auto rijdt.

Stadslicht

Stadslicht alleen is niet voldoende om mee te rijden. Het mag alleen worden gebruikt als aanvulling of als je stilstaat. Binnen de bebouwde kom mag je bij stilstaan wel stadslicht voeren in plaats van dimlicht.

Voorbeeld: Het is donker en je staat stil langs de kant van de weg binnen de bebouwde kom. Welk licht voer je? Stadslicht is voldoende. Je hoeft geen dimlicht aan te hebben als je stilstaat en er straatverlichting is.

Mistlicht

Mistlicht voor mag je alleen gebruiken bij:

  • Mist
  • Sneeuwval
  • Hevige regen
  • Het mag samen met dimlicht, maar niet als vervanging van dimlicht

Gladheid en mist β€” extra voorzichtigheid gebodenGladheid en mist β€” extra voorzichtigheid geboden

Mistlicht achter mag je alleen gebruiken als het zicht minder is dan 50 meter. Het achtermistlicht is zeer fel en mag niet onnodig worden gebruikt, want het verblindt achterliggers.

Vuistregel 50 meter: als je de achterlichten van je voorligger niet meer kunt zien, is het zicht minder dan 50 meter en mag je het achtermistlicht aanzetten.

Voorbeeld: Je rijdt in dichte mist. Je kunt de achterlichten van de auto voor je nog net zien. Mag je het achtermistlicht aanzetten? Dat hangt af van de afstand. Kun je de achterlichten nog op meer dan 50 meter zien? Dan mag het niet. Pas als het zicht onder de 50 meter zakt, mag je het achtermistlicht gebruiken.

Voorbeeld: Het was mistig, maar de mist trekt op. Je kunt nu weer ruim 200 meter vooruit kijken. Je achtermistlicht staat nog aan. Wat doe je? Direct uitzetten β€” het achtermistlicht verblindt nu achterliggers en is niet meer toegestaan.

Lees de volledige les

  • Alle 32 theorie-lessen
  • Realistische oefenexamens
  • Slimme flashcards
  • Voortgang bijhouden
Gratis account aanmaken

Al een account? Inloggen