Theoriq
📋 Verkeersregels

Algemene verkeersregels

Les 1 van 36 min leestijd
Rechts houden op de weg

De basis van veilig rijden begint met het kennen en toepassen van de algemene verkeersregels. Deze regels vormen het fundament van het Nederlandse verkeerssysteem en worden uitgebreid getoetst op het CBR-theorie-examen.

Rechts rijden

In Nederland rijden we aan de rechterkant van de weg. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar er zijn belangrijke nuances:

Rechts houden op de wegRechts houden op de weg

  • Op een weg met meerdere rijstroken moet je zo veel mogelijk rechts houden, tenzij je gaat inhalen of linksaf slaat
  • Op een weg met drie of meer rijstroken mag je de linkerrijstrook alleen gebruiken voor inhalen of voorsorteren
  • Op de snelweg mag je niet onnodig de linkerrijstrook bezetten (dit heet links rijden en is verboden)

Voorbeeld: Je rijdt op de snelweg en hebt net een vrachtwagen ingehaald. De rechterrijstrook is vrij. Wat doe je? Je gaat terug naar rechts. Onnodig links blijven rijden is verboden en levert een boete op.

Voorbeeld: Je rijdt op een driebaansweg buiten de bebouwde kom. De rechterrijstrook is vrij, de middelste ook. Waar rij je? Op de rechterrijstrook. De middelste en linkerbaan zijn alleen voor inhalen en voorsorteren.

Uitzondering binnen de bebouwde kom

Binnen de bebouwde kom mag je op een weg met meerdere rijstroken in dezelfde richting zelf kiezen welke rijstrook je gebruikt. Je hoeft niet per se rechts te rijden.

Voorbeeld: Je rijdt binnen de bebouwde kom op een weg met twee rijstroken. Beide stroken zijn vrij. Mag je op de linkerrijstrook blijven rijden? Ja — binnen de bebouwde kom mag je vrij kiezen.

Richtingaanwijzers

Je moet de richtingaanwijzer gebruiken om andere verkeersdeelnemers te waarschuwen bij:

  • Afslaan (links of rechts)
  • Van rijstrook wisselen
  • Invoegen op een andere weg
  • Wegrijden van de kant van de weg
  • Inhalen (begin en einde)
  • Verlaten van een rotonde

Wanneer niet knipperen?

  • In een bocht die de weg maakt (je volgt de weg, je slaat niet af)
  • Bij het oprijden van een rotonde (tenzij je de eerste afslag neemt)

Voorbeeld: Je rijdt op een weg die een bocht naar rechts maakt. Moet je je richtingaanwijzer naar rechts aanzetten? Nee — je volgt de weg, je slaat niet af. De richtingaanwijzer zou andere weggebruikers verwarren.

Voorbeeld: Je nadert een rotonde en wilt de tweede afslag nemen (rechtdoor). Wanneer zet je de richtingaanwijzer aan? Je knippert niet bij het oprijden. Pas als je voorbij de eerste afslag bent, zet je de rechter richtingaanwijzer aan om aan te geven dat je de rotonde verlaat.

Timing: zet de richtingaanwijzer op tijd aan, zodat andere verkeersdeelnemers kunnen anticiperen. Niet te vroeg (verwarrend) en niet te laat (geen tijd om te reageren).

Lees de volledige les

  • Alle 32 theorie-lessen
  • Realistische oefenexamens
  • Slimme flashcards
  • Voortgang bijhouden
Gratis account aanmaken

Al een account? Inloggen