Gebodsborden
Gebodsborden geven aan wat je moet doen. Ze schrijven een bepaald gedrag voor en zijn verplicht om op te volgen. In tegenstelling tot verbodsborden, die aangeven wat niet mag, vertellen gebodsborden je wat je juist wel moet doen. Het negeren van een gebodsbord is net zo strafbaar als het negeren van een verbodsbord.
Herkenning
Gebodsborden zijn rond met een blauwe achtergrond en witte symbolen. De blauwe kleur onderscheidt ze duidelijk van verbodsborden (rode rand) en waarschuwingsborden (driehoekig, rode rand).
Gebodsbord â rond met blauwe achtergrond
Ezelsbruggetje: Blauw = gebod ("blauw = doen wat ze vragen"). Een verbodsbord heeft een rode rand (rood = stop, niet doen), een gebodsbord is geheel blauw (blauw = positief, wÊl doen).
Voorbeeld: Je ziet een rond blauw bord met een witte pijl. Dit is een gebodsbord: je moet de aangegeven richting volgen. Een vergelijkbaar rond bord met een rode rand zou een verbodsbord zijn. Kleur is allesbepalend!
D-borden: overzicht
Gebodsborden worden aangeduid met de letter D. De belangrijkste zijn:
| Bord | Betekenis |
|---|---|
| D1 | Verplichte rijrichting (rechtdoor) |
| Verplichte rijrichting (rechtsaf) | |
| D3 | Verplichte rijrichting (linksaf) |
| D4 | Verplichte rijrichting (rechts houden) |
| Verplicht fietspad | |
| Verplicht voetpad | |
| D7 | Verplicht ruiterpad |
Verplichte rijrichting: D2 versus D4
Dit verschil wordt regelmatig op het examen gevraagd en is een van de meest verwarrende punten bij gebodsborden.
Bord D2 â verplichte rijrichting rechtsaf
D2 (rechtsaf): je moet bij het bord rechtsaf slaan. Dit staat vaak bij kruispunten waar je alleen naar rechts mag.
Voorbeeld: Je nadert een T-kruispunt en ziet bord D2 (rechtsaf). Je mag hier niet linksaf of rechtdoor â je moet rechtsaf slaan. Dit wordt vaak gebruikt bij eenrichtingssystemen in stadscentra.
- D4 (rechts houden): je moet rechts langs het bord rijden. Dit zie je bij vluchtheuvels, middengeleiders of obstakels op de weg.
Voorbeeld: Midden op de weg staat een verkeersheuvel met bord D4. Je moet rechts langs de heuvel rijden. Je slaat hier niet rechtsaf â je rijdt gewoon rechtdoor, maar dan aan de rechterkant van de heuvel.
Het verschil in het kort: bij D2 verander je van richting (je slaat af), bij D4 houd je dezelfde richting maar ga je rechts langs een obstakel.
Verplicht fietspad (D5)
Als je op een fiets rijdt en er staat een D5-bord, dan moet je het fietspad gebruiken. Je mag dan niet op de rijbaan fietsen. Snorfietsen mogen hier ook op, tenzij een onderbord dit verbiedt.
Bord D5 â verplicht fietspad
Voorbeeld: Je fietst op een drukke provinciale weg. Naast de weg loopt een fietspad met bord D5. Je moet het fietspad gebruiken, ook al vind je de rijbaan makkelijker rijden. Het fietspad is er voor jouw veiligheid. Rij je op de rijbaan terwijl er een verplicht fietspad is, dan kun je een boete krijgen.
Verplicht voetpad (D6)
Voetgangers moeten het aangegeven pad gebruiken en mogen niet op de rijbaan lopen.
Bord D6 â verplicht voetpad
Voorbeeld: In een druk stationsgebied staat bord D6 bij een voetpad. Als voetganger moet je dit pad gebruiken. Je mag niet op de rijbaan of het fietspad lopen. Dit bord beschermt voetgangers in gebieden met veel verkeer.
Lees de volledige les
- Alle 32 theorie-lessen
- Realistische oefenexamens
- Slimme flashcards
- Voortgang bijhouden
Al een account? Inloggen