Theoriq
đŸšĻ Verkeersborden

Gebodsborden

Les 3 van 46 min leestijd
Gebodsbord

Gebodsborden geven aan wat je moet doen. Ze schrijven een bepaald gedrag voor en zijn verplicht om op te volgen. In tegenstelling tot verbodsborden, die aangeven wat niet mag, vertellen gebodsborden je wat je juist wel moet doen. Het negeren van een gebodsbord is net zo strafbaar als het negeren van een verbodsbord.

Herkenning

Gebodsborden zijn rond met een blauwe achtergrond en witte symbolen. De blauwe kleur onderscheidt ze duidelijk van verbodsborden (rode rand) en waarschuwingsborden (driehoekig, rode rand).

Gebodsbord — rond met blauwe achtergrondGebodsbord — rond met blauwe achtergrond

Ezelsbruggetje: Blauw = gebod ("blauw = doen wat ze vragen"). Een verbodsbord heeft een rode rand (rood = stop, niet doen), een gebodsbord is geheel blauw (blauw = positief, wÊl doen).

Voorbeeld: Je ziet een rond blauw bord met een witte pijl. Dit is een gebodsbord: je moet de aangegeven richting volgen. Een vergelijkbaar rond bord met een rode rand zou een verbodsbord zijn. Kleur is allesbepalend!

D-borden: overzicht

Gebodsborden worden aangeduid met de letter D. De belangrijkste zijn:

BordBetekenis
D1Verplichte rijrichting (rechtdoor)
Bord D2
D2
Verplichte rijrichting (rechtsaf)
D3Verplichte rijrichting (linksaf)
D4Verplichte rijrichting (rechts houden)
Bord D5
D5
Verplicht fietspad
Bord D6
D6
Verplicht voetpad
D7Verplicht ruiterpad

Verplichte rijrichting: D2 versus D4

Dit verschil wordt regelmatig op het examen gevraagd en is een van de meest verwarrende punten bij gebodsborden.

Bord D2 — verplichte rijrichting rechtsafBord D2 — verplichte rijrichting rechtsaf

  • Bord D2D2 (rechtsaf): je moet bij het bord rechtsaf slaan. Dit staat vaak bij kruispunten waar je alleen naar rechts mag.

Voorbeeld: Je nadert een T-kruispunt en ziet bord Bord D2D2 (rechtsaf). Je mag hier niet linksaf of rechtdoor — je moet rechtsaf slaan. Dit wordt vaak gebruikt bij eenrichtingssystemen in stadscentra.

  • D4 (rechts houden): je moet rechts langs het bord rijden. Dit zie je bij vluchtheuvels, middengeleiders of obstakels op de weg.

Voorbeeld: Midden op de weg staat een verkeersheuvel met bord D4. Je moet rechts langs de heuvel rijden. Je slaat hier niet rechtsaf — je rijdt gewoon rechtdoor, maar dan aan de rechterkant van de heuvel.

Het verschil in het kort: bij Bord D2D2 verander je van richting (je slaat af), bij D4 houd je dezelfde richting maar ga je rechts langs een obstakel.

Verplicht fietspad (D5)

Als je op een fiets rijdt en er staat een D5-bord, dan moet je het fietspad gebruiken. Je mag dan niet op de rijbaan fietsen. Snorfietsen mogen hier ook op, tenzij een onderbord dit verbiedt.

Bord D5 — verplicht fietspadBord D5 — verplicht fietspad

Voorbeeld: Je fietst op een drukke provinciale weg. Naast de weg loopt een fietspad met bord Bord D5D5. Je moet het fietspad gebruiken, ook al vind je de rijbaan makkelijker rijden. Het fietspad is er voor jouw veiligheid. Rij je op de rijbaan terwijl er een verplicht fietspad is, dan kun je een boete krijgen.

Verplicht voetpad (D6)

Voetgangers moeten het aangegeven pad gebruiken en mogen niet op de rijbaan lopen.

Bord D6 — verplicht voetpadBord D6 — verplicht voetpad

Voorbeeld: In een druk stationsgebied staat bord Bord D6D6 bij een voetpad. Als voetganger moet je dit pad gebruiken. Je mag niet op de rijbaan of het fietspad lopen. Dit bord beschermt voetgangers in gebieden met veel verkeer.

Lees de volledige les

  • Alle 32 theorie-lessen
  • Realistische oefenexamens
  • Slimme flashcards
  • Voortgang bijhouden
Gratis account aanmaken

Al een account? Inloggen