Rijden bij slecht weer

Slecht weer is een van de belangrijkste oorzaken van verkeersongevallen in Nederland. Als bestuurder moet je je rijgedrag altijd aanpassen aan de weersomstandigheden. Dit hoofdstuk behandelt de gevaren van regen, mist, sneeuw, gladheid en wind.
Regen en aquaplaning
Bij regen wordt het wegdek glad, waardoor je remweg aanzienlijk toeneemt. Bij een natte weg kan de remweg tot twee keer zo lang zijn als op een droog wegdek. Houd daarom meer volgafstand aan.
Aquaplaning
Aquaplaning ontstaat wanneer je banden het water niet meer kunnen afvoeren. Je auto "zweeft" dan op een laagje water en je hebt geen grip meer op de weg. Aquaplaning kan al optreden bij een snelheid van 80 km/h als er veel water op de weg staat.
Wat doe je bij aquaplaning?
- Niet remmen en niet sturen
- Gas loslaten en het stuur recht houden
- Wacht tot de banden weer grip krijgen
Factoren die aquaplaning bevorderen:
- Hoge snelheid
- Weinig profieldiepte op de banden
- Brede banden
- Veel water op het wegdek
Mist
Bij mist is het zicht sterk beperkt. In Nederland spreken we van mist bij een zicht van minder dan 200 meter. De regels:
| Zicht | Maximale snelheid | Verlichting |
|---|---|---|
| < 200 m | Aangepast rijden | Dimlicht aan |
| < 50 m | Max. 50 km/h | Mistlicht voor + achter toegestaan |
| Helder | Normale snelheid | Mistlicht uit |
Let op: Mistachterlicht mag je alleen voeren bij een zicht van minder dan 50 meter. Het onnodig voeren van mistlicht is verboden omdat het andere weggebruikers verblindt.
Bij mist moet je extra alert zijn op:
- Langzaam verkeer dat plotseling opdoemt
- Verschil in zicht op verschillende weggedeelten
- De neiging om te dicht op je voorganger te rijden
Lees de volledige les
- Alle 32 theorie-lessen
- Realistische oefenexamens
- Slimme flashcards
- Voortgang bijhouden
Al een account? Inloggen