Rijden bij slecht weer

Slecht weer is een van de belangrijkste oorzaken van verkeersongevallen in Nederland. Als bestuurder moet je je rijgedrag altijd aanpassen aan de weersomstandigheden. Dit hoofdstuk behandelt de gevaren van regen, mist, sneeuw, gladheid en wind.
Regen en aquaplaning
Rijden op een natte weg
Bij regen wordt het wegdek glad, waardoor je remweg aanzienlijk toeneemt. Bij een natte weg kan de remweg tot twee keer zo lang zijn als op een droog wegdek. Houd daarom meer volgafstand aan.
Voorbeeld: Je rijdt 80 km/h op een droge weg. Je remweg is dan ongeveer 36 meter (reactieafstand + remafstand). Begint het te regenen? Dan wordt je remweg ineens zo'n 54 meter of meer. Dat verschil van bijna 20 meter kan het verschil zijn tussen veilig stoppen en een aanrijding.
Het begin van een regenbui
De weg is het gladst in de eerste minuten van een regenbui. Het regenwater mengt zich dan met stof, olie en rubberresten op het wegdek, waardoor een extreem gladde laag ontstaat. Na langere regen spoelt dit weg en wordt de grip iets beter.
Voorbeeld: Na een droge zomerweek begint het licht te mottregenen. Je denkt: "Het is maar een beetje regen." Maar juist nu is de weg gevaarlijker dan bij een flinke regenbui, doordat de olieresten op het wegdek nog niet zijn weggespoeld. Verlaag je snelheid direct.
Aquaplaning
Gladheid door water op de weg
Aquaplaning ontstaat wanneer je banden het water niet meer kunnen afvoeren. Je auto "zweeft" dan op een laagje water en je hebt geen grip meer op de weg. Aquaplaning kan al optreden bij een snelheid van 80 km/h als er veel water op de weg staat.
Wat doe je bij aquaplaning?
- Niet remmen en niet sturen
- Gas loslaten en het stuur recht houden
- Wacht tot de banden weer grip krijgen
Voorbeeld: Je rijdt op de snelweg bij zware regen. Plotseling voelt het stuur erg licht en de auto reageert niet meer op stuurcorrecties. Dit is aquaplaning! Wat doe je? Gas loslaten, niet remmen, stuur recht houden. Je natuurlijke reactie is om te remmen en te sturen, maar dat maakt het juist erger — je auto kan gaan slippen of tollen.
Factoren die aquaplaning bevorderen:
- Hoge snelheid
- Weinig profieldiepte op de banden (wettelijk minimum: 1,6 mm, maar experts raden 3 mm aan bij regen)
- Brede banden (meer water om af te voeren)
- Veel water op het wegdek (plassen, spoorvorming)
Voorbeeld: Je banden hebben een profieldiepte van precies 1,6 mm — het wettelijke minimum. Op een droge weg is dat voldoende, maar bij regen is het risico op aquaplaning aanzienlijk groter dan met nieuwe banden. Overweeg om je banden eerder te vervangen, zeker als je veel op de snelweg rijdt.
Zicht bij regen
Bij hevige regen vermindert je zicht sterk. Zet je ruitenwissers op de juiste stand en gebruik je dimlicht zodat je beter zichtbaar bent. Sproeiwater van vrachtwagens kan je zicht plotseling volledig wegnemen — houd extra afstand.
Mist
Bij mist is het zicht sterk beperkt. In Nederland spreken we van mist bij een zicht van minder dan 200 meter. De regels:
| Zicht | Maximale snelheid | Verlichting |
|---|---|---|
| < 200 m | Aangepast rijden | Dimlicht aan |
| < 50 m | Max. 50 km/h | Mistlicht voor + achter toegestaan |
| Helder | Normale snelheid | Mistlicht uit |
Verlichting bij slecht zicht
Let op: Mistachterlicht mag je alleen voeren bij een zicht van minder dan 50 meter. Het onnodig voeren van mistlicht is verboden omdat het andere weggebruikers verblindt.
Voorbeeld: Je rijdt op de snelweg en het wordt steeds mistiger. Je kunt de achterlichten van de auto voor je nog net zien op zo'n 80 meter afstand. Mag je je mistachterlicht al aanzetten? Nee — het zicht is meer dan 50 meter. Je mag wel je dimlicht en mistvoorlicht gebruiken, maar het mistachterlicht mag pas bij minder dan 50 meter zicht.
Voorbeeld: De mist trekt op. Je kunt weer 200 meter ver kijken. Maar je vergeet je mistachterlicht uit te zetten. De bestuurder achter je wordt verblind door je felle achterlicht. Dit is niet alleen gevaarlijk, maar ook verboden — je kunt hiervoor een boete krijgen.
Bij mist moet je extra alert zijn op:
- Langzaam verkeer dat plotseling opdoemt
- Verschil in zicht op verschillende weggedeelten (mist kan plaatselijk zijn)
- De neiging om te dicht op je voorganger te rijden (je wordt "aangezogen" door de achterlichten)
- Mistbanken: plotselinge overgangen van helder naar dichte mist
Afstand inschatten bij mist
Een handige vuistregel: op autosnelwegen staan de hectometerpaaltjes elke 100 meter. Als je het volgende paaltje niet kunt zien, is het zicht minder dan 100 meter. Kun je zelfs het paaltje naast je niet goed lezen? Dan is het zicht minder dan 50 meter en mag je maximaal 50 km/h rijden.
Lees de volledige les
- Alle 32 theorie-lessen
- Realistische oefenexamens
- Slimme flashcards
- Voortgang bijhouden
Al een account? Inloggen